Een ontruimingsalarminstallatie (OAI) zorgt dat iedereen bij brand of een andere calamiteit tijdig en veilig het pand verlaat. Wij ontwerpen, leveren en onderhouden uw ontruimingsinstallatie conform NEN 2575, altijd gekoppeld aan uw brandmeldinstallatie. Als erkend installatiebedrijf met meer dan 50 jaar ervaring zorgen we dat uw installatie voldoet aan alle wettelijke eisen.
Een ontruimingsinstallatie, ook wel OAI of ontruimingsalarminstallatie genoemd, sluit aan op de brandmeldinstallatie en zorgt dat bij een bevestigd brandalarm iedereen in het pand automatisch een ontruimingsalarm krijgt en wordt aangespoord het pand te verlaten. Of u wettelijk verplicht bent een ontruimingsinstallatie te hebben, en welk type dan van toepassing is, volgt uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012 sinds 1 januari 2024. Wij beoordelen dit bij de intake en stellen de juiste configuratie samen.
Bij Cebec installeren we al meer dan 50 jaar brand- en beveiligingstechniek met vakmanschap en persoonlijke aandacht. Als erkend installatiebedrijf leveren we BMI en OAI het liefst in één hand, zodat beide installaties technisch volledig op elkaar zijn afgestemd. U heeft één aanspreekpunt dat uw pand en uw installatie door en door kent.
De norm NEN 2575 beschrijft de eisen aan ontwerp, hoorbaarheid, dekking, betrouwbaarheid en aansturing van uw OAI. Voor het onderhoud geldt NEN 2654-2, dat jaarlijkse inspectie en periodieke controle voorschrijft. Wij verzorgen het volledige traject, van advies en ontwerp tot aanleg, oplevering en doorlopend onderhoud van de ontruimingsinstallatie.
De verplichting om een ontruimingsalarminstallatie te hebben volgt uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012 sinds 1 januari 2024. Per gebruiksfunctie wordt bepaald of een OAI nodig is en welk type. Hieronder de drie meest gestelde vragen rondom verplichtingen.
Een OAI is in vrijwel alle gevallen verplicht waar ook een BMI verplicht is. Het gaat onder meer om bijeenkomst-, onderwijs-, zorg-, logies- en celfuncties, en om grotere kantoor- en industrieobjecten. Bijlage II van het Bbl koppelt per gebruiksfunctie, oppervlakte en bouwhoogte de verplichting. Wij beoordelen uw situatie en adviseren of een OAI in uw pand nodig is.
Ja, vrijwel altijd. De brandmeldcentrale stuurt de ontruimingscentrale direct aan zodra er een bevestigd brandalarm is, zodat het ontruimingssignaal automatisch afgaat. Alleen bij kleine panden zonder verplichte BMI kan in uitzonderlijke gevallen een handbediend systeem volstaan. Voor gebouwen met een verplichte BMI is een automatische en gekoppelde OAI feitelijk altijd voorgeschreven.
Wanneer voor de brandmeldinstallatie een inspectiecertificaat verplicht is, valt de gekoppelde ontruimingsinstallatie daar vrijwel altijd onder. Dat betekent dat een geaccrediteerde inspectie-instelling beide installaties periodiek beoordeelt volgens het CCV-schema. Verzekeraars kunnen ook aanvullende eisen stellen rondom certificering en onderhoud.
NEN 2575 onderscheidt twee hoofdtypen OAI waarop het ontruimingsalarm kan worden vormgegeven. De keuze volgt uit de gebruiksfunctie, de omvang van het pand en de mate waarin aanwezigen het gebouw kennen. Voor sommige gebruiksfuncties schrijft het Bbl expliciet type A voor, voor andere is type B voldoende.
De verplichting tot een OAI volgt uit het Bbl (Bijlage II), gekoppeld aan de verplichting voor een brandmeldinstallatie. Welk type (A of B) OAI u moet installeren, is vastgelegd in NEN 2575-1 en hangt af van de gebruiksfunctie, de pandgrootte en de mate waarin aanwezigen het pand kennen.
Type A bij veel publiek of bezoekers die het pand niet kennen. Type B bij vaste gebruikers die de routes kennen.
Type A voor grotere complexen en gefaseerde ontruiming. Type B bij overzichtelijke, compactere panden.
Type A biedt naast ontruiming ook omroep en achtergrondmuziek. Type B is puur ontruimingsalarm, robuust en kostenefficient.
Twijfelt u welk type voor uw pand verplicht is? Dat beoordelen wij tijdens de intake aan de hand van de gebruiksfunctie, de oppervlakte en de vluchtwegen. U ontvangt een helder advies inclusief onderbouwing vanuit de Bbl en NEN 2575.
Een brandmeldinstallatie (BMI) en een ontruimingsalarminstallatie (OAI) zijn twee verschillende systemen met elk een eigen rol. De BMI detecteert brand en geeft alarm, de OAI alarmeert iedereen in het pand om te ontruimen. Samen vormen ze één gekoppelde veiligheidsketen die in het Bbl en de NEN-normen als geheel wordt behandeld.
Bij een type B ontruimingsinstallatie zijn de slowwhoop-sirenes vaak rechtstreeks aangesloten op de brandmeldcentrale, waardoor BMI en OAI technisch één geintegreerd systeem vormen. Bij type A zijn het twee centrales die via een gecertificeerde koppeling communiceren. In beide gevallen leveren wij BMI en OAI het liefst in één hand, zodat u één aanspreekpunt heeft dat beide installaties door en door kent.
Meer over brandmeldinstallatiesDe opbouw van een OAI verschilt tussen type A en type B, maar de meeste kerncomponenten zijn vergelijkbaar. Hieronder de belangrijkste onderdelen die wij voor u ontwerpen, aanleggen en onderhouden.
Het hart van de installatie. Bewaakt alle aangesloten componenten, stuurt luidsprekers of sirenes aan en houdt alle gebeurtenissen bij in een logboek. Direct gekoppeld aan de brandmeldcentrale.
Verspreid door gangen, zalen, trappenhuizen en werkruimten. Per gebied aanstuurbaar zodat gefaseerd of selectief kan worden ontruimd. Brandvast uitgevoerd conform NEN 2575.
Slowwhoop-sirenes en optische flitsers, geplaatst op strategische punten om een dekkende geluidsdruk te realiseren in het hele pand. Flitsers vullen de sirenes aan voor slechthorenden.
Bij type A zorgen versterkers voor een correcte geluidsweergave per zone. Een noodstroomvoorziening met accubatterijen houdt de installatie bij stroomuitval minimaal 24 uur operationeel.
De brandmeldcentrale stuurt bij een bevestigd alarm de ontruimingscentrale direct aan. Zones kunnen gefaseerd worden ontruimd, bijvoorbeeld eerst de brandzone en daarna aangrenzende delen.
De BHV-organisatie of de brandweer kan de installatie vanuit een bedieningspaneel handmatig bedienen, een gesproken bericht inspreken of zones selectief aansturen voor gefaseerde ontruiming.
We begeleiden het volledige traject, van eerste inventarisatie tot doorlopend onderhoud. Omdat wij ook uw brandmeldinstallatie leveren, zijn beide installaties technisch volledig op elkaar afgestemd en houdt u één aanspreekpunt.
We beoordelen de gebruiksfunctie, vluchtwegen en akoestische eigenschappen van het pand. Dit resulteert in een Programma van Eisen met keuze voor type A of type B.
Op basis van het PvE ontwerpen we de volledige installatie met luidsprekerlayout of sirene-positionering, versterkercapaciteit en aansturing vanuit de brandmeldcentrale.
Onze technici monteren de installatie, testen de verstaanbaarheid bij type A of meten de geluidsdruk bij type B, en programmeren de koppeling met de brandmeldcentrale.
Na oplevering ontvangt u documentatie, logboek en BHV-instructie. Het jaarlijks onderhoud volgens NEN 2654-2 loopt standaard mee in één contract met uw BMI.
Elk traject begint met een vrijblijvende inventarisatie op locatie. Binnen een week weet u welk type OAI voor uw pand verplicht is en wat de investering wordt.
Brandmeld en ontruiming vormen één veiligheidsketen. Daarom combineren we beheer en onderhoud van uw brandmeld en ontruimingsinstallatie standaard in één contract, op basis van NEN 2654-1 (BMI) en NEN 2654-2 (OAI).
Jaarlijks gecertificeerd onderhoud volgens NEN 2654-1 (BMI) en NEN 2654-2 (OAI) in één bezoek. Luidsprekers, sirenes, centrale, versterkers, noodstroom en doormelding worden volledig getest.
Maandelijkse controles en logboekregistratie voor zowel de brandmeldinstallatie als de ontruimingsinstallatie. U heeft één gecertificeerde beheerder die beide installaties kent en bedient.
De brandmeldinstallatie (NEN 2535) detecteert een brand en verstuurt de melding intern, en in specifieke gevallen ook naar de brandweer. De ontruimingsalarminstallatie (NEN 2575) zorgt dat iedereen in het pand wordt gealarmeerd en aangestuurd om veilig te vertrekken. Beide systemen zijn technisch gekoppeld en vullen elkaar aan binnen de brandveiligheidsketen.
Type A met gesproken woord is verplicht in gebouwen waar veel publiek komt of waar de aanwezigen het pand niet goed kennen, zoals scholen, zorginstellingen en grotere bijeenkomstgebouwen. Type B met slowwhoop-sirenes is voldoende bij kleinere bedrijfspanden en overzichtelijke kantoren. Bij de intake beoordelen we welk type volgens het Bbl en NEN 2575 voor uw pand verplicht is.
NEN 2575 beschrijft het ontwerp en de aanleg van een ontruimingsalarminstallatie (OAI). NEN 2654-2 beschrijft het beheer, de controle en het onderhoud van de OAI. Waar NEN 2575 gaat over hoe de installatie opgezet en opgeleverd wordt, gaat NEN 2654-2 over hoe de installatie gedurende haar levensduur betrouwbaar blijft functioneren. Beide normen zijn van toepassing gedurende het hele traject.
Ja. NEN 2654-2 schrijft jaarlijks onderhoud voor, aangevuld met maandelijkse controles door een aangewezen beheerder. Zonder geldig onderhoud voldoet u niet aan de wettelijke eisen en kan uw verzekeraar dekking weigeren. Wij voeren het onderhoud standaard mee in dezelfde bezoekronde als uw brandmeldinstallatie.
NEN 2575 eist dat de installatie bij stroomuitval minimaal 24 uur in ruststand operationeel blijft en daarna nog minimaal 30 minuten volledig kan ontruimen. Dat wordt geregeld via een noodstroomvoorziening met accubatterijen. De staat van deze accu’s wordt bij elke onderhoudsbeurt getest en op tijd vervangen.
Zeker. We starten met een nulmeting waarbij de installatie wordt gecontroleerd op werking, documentatie en logboek. Zijn er tekortkomingen, dan brengen we die in kaart met een offerte voor herstel. Daarna nemen we het onderhoud over onder een nieuw contract, desgewenst samen met uw BMI-onderhoud.
We beoordelen uw situatie, adviseren over het juiste type OAI en maken een offerte op maat. Vrijblijvend en zonder verplichtingen.