Een brandmeldinstallatie kopen vraagt om meer dan een offerte vergelijken. We leggen op deze pagina helder uit wanneer een BMI verplicht is, welke normen gelden, hoe het traject van advies tot oplevering verloopt en waar de kosten uit bestaan. Zo maakt u een onderbouwde keuze voor uw kantoor, school, zorginstelling, hotel of bedrijfspand.
Een brandmeldinstallatie, kortweg BMI, is geen standaardproduct dat u kant-en-klaar uit de doos haalt. Het is een gebouwgebonden systeem dat wordt ontworpen op basis van uw gebruiksfunctie, het bouwtechnische dossier, de vluchtroutes en de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en uw verzekeraar. Wie een brandmeldinstallatie wil aanschaffen, heeft eerst een Programma van Eisen nodig, daarna een ontwerp, dan de installatie en uiteindelijk een keuring of inspectiecertificaat.
Op deze pagina zetten we als erkend installateur alle stappen op een rij. We leggen uit wanneer een brandmeldinstallatie verplicht is, welke componenten erin zitten, wat het verschil is tussen een A-inrichting en een B-inrichting, hoe de doormelding naar de brandweer is geregeld, wat het kost en welke onderhoudsverplichtingen u na oplevering heeft.
We schrijven deze pagina vanuit de praktijk. We ontwerpen, installeren en onderhouden brandmeldinstallaties voor MKB-kantoren, scholen, zorginstellingen, hotels, kinderopvang, vastgoedbeheerders en industrie. Niet alle informatie is universeel, dus wanneer u twijfelt over uw specifieke situatie, vraag dan kosteloos advies aan via het contactformulier of bel 0172 240 025.
Negen onderwerpen, opgebouwd in de logische volgorde van orientatie naar oplevering. Springt u liever naar een specifiek onderdeel, gebruik dan de directe links hieronder.
Een brandmeldinstallatie heeft drie hoofdfuncties die elkaar opvolgen binnen seconden. Vroege detectie, signalering binnen het gebouw en, waar voorgeschreven, doormelding naar buiten. Door deze functies samen te brengen ontstaat een gesloten keten van risicobeheersing.
Automatische melders zoals optische rookmelders, thermische melders, multi-criteria melders of aspiratiesystemen reageren op rook, hitte of vlammen. Het doel is een brand al in de smeulfase te ontdekken, ruim voordat vlammen of hittegolven het gebouw onveilig maken. Hoe vroeger de detectie, hoe groter de overlevingskans en hoe beperkter de schade.
De brandmeldcentrale (BMC) verwerkt het signaal en activeert binnen seconden de signaalgevers, het ontruimingsalarm en eventueel gekoppelde systemen zoals deurmagneten, rookluiken, liftrecall, ventilatie of brandwerende schuifdeuren. De BMI fungeert daarmee als hart van de hele brandveiligheidsinstallatie.
Voor specifieke gebouwen wordt het signaal automatisch doorgemeld naar de Regionale Alarmcentrale (RAC) van de brandweer of naar een Particuliere AlarmCentrale (PAC). Voor de meeste andere gebouwen volstaat interne alarmering met BHV-opvolging. Welke vorm van doormelding past bij uw pand staat in het Programma van Eisen.
In de praktijk wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen een A-inrichting en een B-inrichting. Beide voldoen aan NEN 2535, maar verschillen in zwaarte en in de automatische detectie.
De zwaardere variant met automatische rookdetectie, handmelders, doormelding naar de brandweer en gekoppeld ontruimingsalarm. Voorgeschreven voor gebouwen waarin mensen aanwezig zijn die niet zelfstandig kunnen vluchten, zoals zorginstellingen, justitiele inrichtingen en logiesfuncties met 24-uurszorg. Een A-inrichting kent doorgaans volledige bewaking en vraagt om een onafhankelijk inspectiecertificaat.
De basisvariant met handbrandmelders en, waar nodig, gedeeltelijke automatische detectie. Geen verplichte doormelding naar de brandweer. Veelgebruikt in kantoren, winkels, kinderopvang en bedrijfspanden waar aanwezigen zelfredzaam zijn en de BHV-organisatie de opvolging verzorgt. Ook een B-inrichting voldoet volledig aan NEN 2535 en het Bbl, mits goed ontworpen.
Het Bbl bepaalt per gebruiksfunctie of een brandmeldinstallatie verplicht is. Sinds 1 januari 2024 is het Bbl de opvolger van het Bouwbesluit 2012. De vraag of er een BMI nodig is, hangt af van twee hoofdroutes en drie variabelen.
Een gebouw met doodlopende einden of vluchtroutes die te ver uit elkaar liggen, vraagt om vroegtijdige waarschuwing. Het Bbl schrijft in dat geval een brandmeldinstallatie voor, ongeacht de gebruiksfunctie. Het idee, aanwezigen krijgen meer tijd om via de enige beschikbare route veilig naar buiten te gaan.
Het Bbl bevat tabellen waarin per gebruiksfunctie staat aangegeven vanaf welk vloeroppervlak, aantal personen of bouwhoogte een BMI verplicht is. Sommige functies zoals celfuncties of zorg met bedgebonden patienten hebben vrijwel altijd een BMI. Andere functies pas vanaf een bepaalde drempelwaarde.
Of een gebouw verplicht een brandmeldinstallatie nodig heeft, wordt langs drie variabelen beoordeeld. Komt uw pand op een van deze punten boven de drempel uit, dan gelden de eisen van NEN 2535.
Het Bbl onderscheidt onder andere woonfunctie, logiesfunctie, gezondheidszorgfunctie, celfunctie, kantoorfunctie, onderwijsfunctie, bijeenkomstfunctie, winkelfunctie en industriefunctie. Elke functie heeft een eigen drempelwaarde voor de BMI-verplichting.
De totale oppervlakte van het pand of het gebruiksgedeelte. Voor sommige functies geldt een drempel vanaf circa 250 m², voor andere pas vanaf 500 of zelfs 1.000 m². De exacte cijfers staan in de Bbl-tabellen voor nieuwbouw (afdeling 4.6) en bestaande bouw (afdeling 3.6).
De hoogte van de hoogste verdiepingsvloer boven het maaiveld. Hoogbouw heeft vrijwel altijd een verplichting tot volledige bewaking. Voor verdiepingen boven 13 of 20 meter gelden strengere eisen, vooral voor woonfuncties, logies en kantoor.
De cijfers hieronder zijn richtgetallen op basis van de Bbl-tabellen, ter illustratie. Voor uw pand geldt altijd de exacte tabelwaarde uit het Bbl in combinatie met de specifieke indeling. Vraag een toets aan voor zekerheid.
| Gebruiksfunctie | Wanneer een BMI vrijwel altijd verplicht |
|---|---|
| Celfunctie | Altijd, met volledige bewaking en doormelding |
| Zorg met bedgebonden patiënten | Vrijwel altijd, met volledige bewaking en doormelding |
| Logiesfunctie (hotel, B&B) | Vanaf circa 5 bedden of een zekere oppervlakte |
| Kantoorfunctie | Vanaf circa 500-1.500 m² of bouwhoogte boven 13 m |
| Onderwijsfunctie (school) | Vanaf bepaalde oppervlakte per brandcompartiment |
| Kinderopvang | Voor opvang < 4 jaar, vrijwel altijd verplicht |
| Bijeenkomstfunctie | Vanaf bepaald aantal personen of oppervlakte |
| Winkelfunctie | Vanaf circa 1.000 m² en/of meerdere bouwlagen |
| Industriefunctie | Afhankelijk van opslag, productie en compartimentgrootte |
Naast het Bbl spelen vergunningseisen, brandweer-advies en de eisen van uw verzekeraar mee. Verzekeraars werken vaak met de VRKI (Verbeterde Risicoklasse Indeling) en kunnen aanvullend een BMI of inspectiecertificaat eisen, ook als het Bbl het niet voorschrijft. Lees meer in onze uitgebreide kennispagina over brandmeldinstallatie eisen volgens het Bbl.
Het Bbl verwijst voor de techniek door naar de NEN-normen. Wie een brandmeldinstallatie wil aanschaffen, moet weten welke normen er gelden voor ontwerp, installatie, beheer en onderhoud. We zetten de vier belangrijkste op een rij, plus de rollen die uw organisatie zelf invult.
De Nederlandse norm voor het ontwerp en de aanleg van brandmeldinstallaties. Behandelt onder meer detectie, melderkeuze, zone-indeling, bewakingsniveau, doormelding, bekabeling, redundantie en projectering. NEN 2535 vormt het uitgangspunt voor uw Programma van Eisen en het ontwerp van de installateur.
De norm voor de ontruimingsalarminstallatie (OAI). Onderscheidt Type A (gesproken woord) en Type B (slow-whoop), beschrijft luidsprekerontwerp, geluidsdrukniveau, dekking en koppeling met de BMI. In grotere of complexe panden zijn BMI en OAI twee aparte installaties met eigen normen.
De norm voor beheer, controle en onderhoud van de brandmeldinstallatie. Schrijft de maandelijkse PBI-controle voor, het kwartaalonderhoud door een gecertificeerd bedrijf, de jaarlijkse grote beurt en het verplichte logboek. Zonder NEN 2654-1-onderhoud vervalt het inspectiecertificaat.
De parallel aan NEN 2654-1, maar dan voor de ontruimingsalarminstallatie. Maandelijkse functietest van luidsprekers, periodieke controle van geluidsdrukniveau en jaarlijkse beoordeling van bekabeling, accu's en sturingen. Voor grote complexen vaak in één contract met NEN 2654-1 ondergebracht.
Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) beheert de inspectie- en installatieschemas voor brandbeveiliging. Een installateur die werkt onder een CCV-schema voor BMI bewijst aantoonbaar dat de organisatie kennis, procedures en geschoold personeel heeft. Voor doormelding naar de RAC is CCV-certificering verplicht.
NEN 2654-1 vereist dat de gebouwgebruiker een Opgeleide Persoon (OP), ook wel PBI, aanwijst voor het dagelijks beheer. De PBI verzorgt de maandelijkse controle, beheert het logboek, stelt zones tijdelijk buiten bedrijf bij werkzaamheden en is het eerste aanspreekpunt voor onderhoudsmonteur en brandweer.
Naast de BMI-certificering speelt voor blusmiddelen de REOB-erkenning (Regeling voor de Erkenning van Onderhoudsbedrijven Kleine Blusmiddelen). Een totaal-leverancier brengt BMI, OAI en kleine blusmiddelen vaak onder bij één erkend onderhoudsbedrijf, zodat u maar één contractpartner heeft voor uw complete brandveiligheidsinstallatie. Lees meer op onze pagina totaalbeheer installaties.
De directe doormelding van een brandalarm naar de brandweer is sinds 1 januari 2018 sterk teruggebracht. Het aantal loze meldingen was zo hoog dat de overheid besloot dat de eigenaar verantwoordelijk wordt voor verificatie. Sindsdien wordt de brandweer alleen automatisch ingeseind voor gebouwen waarin mensen aanwezig zijn die niet zelfstandig kunnen vluchten.
Voor de overige gebouwen geldt interne alarmering met opvolging door de BHV-organisatie of een Particuliere AlarmCentrale (PAC). Dit voorkomt onnodige brandweer-uitrukken en houdt de inzet beschikbaar voor situaties waar dat echt nodig is.
Doormelding via een Regionale Alarm Centrale of PAC vraagt om een aansluitabonnement, een randapparatuur (RBM) bij uw centrale en een dedicated communicatieverbinding (vaak dual-path met IP en mobiel). Reken op enkele honderden euro per jaar voor het abonnement plus aanloopinvestering voor de doormelder. Voor een precieze raming maken we graag een berekening voor uw gebouw.
Een BMI is een keten van componenten die samen detecteren, signaleren en aansturen. We lopen ze hieronder een voor een langs zodat u weet wat u koopt en waarom de prijs varieert.
Het hart van de installatie. Verwerkt signalen van alle aangesloten melders, bepaalt of er sprake is van een alarm en stuurt signaalgevers, doormelding en gekoppelde systemen aan. Moderne centrales werken loop-gebaseerd en addresseerbaar, zodat per melder de exacte locatie zichtbaar is. Een 24- tot 72-uurs noodstroomvoorziening met accu's houdt de installatie bij stroomuitval in bedrijf.
De meest toegepaste detector in Nederland. Reageert op lichtverstrooiing door rookdeeltjes en geeft zeer vroeg alarm. Geschikt voor kantoren, hotelkamers, gangen, verblijfsruimten en de meeste opslagomgevingen. Gemiddelde levensduur tien jaar, daarna preventief vervangen.
Reageren op temperatuurstijging boven een vaste drempel of op een snelle temperatuurontwikkeling. Toegepast in keukens, stookruimten, parkeergarages en werkplaatsen waar damp, stof of uitlaatgassen een rookmelder zouden verstoren. Minder vroege detectie dan een rookmelder, maar veel betrouwbaarder in vervuilde omgevingen.
Combineren rook, warmte, koolmonoxide en/of vlammenherkenning in één behuizing. De centrale beoordeelt meerdere parameters tegelijk, wat valse meldingen sterk reduceert. Steeds vaker de standaardkeuze in zorginstellingen, hotels en kantoren waar zowel vroege detectie als bedrijfszekerheid belangrijk is.
Hoogwaardige rookdetectie via een buizennetwerk dat continu lucht aanzuigt en analyseert in een centrale detectie-eenheid. Ideaal voor datacenters, schone ruimten, monumentale panden of historische archieven waar gewone melders ofwel storen ofwel onzichtbaar moeten blijven. Detecteert al bij zeer lage rookconcentraties.
Werken met een infraroodstraal tussen zender en ontvanger over grote afstand. Detecteren rook in atriums, sportzalen, magazijnen en grote hallen waar puntmelders aan het plafond niet praktisch zijn. Bestrijken al snel 80 tot 100 meter per straal.
Optische detectoren die het UV- of IR-spectrum van een open vlam herkennen. Toegepast in industriele omgevingen met snel oplaaiende branden zoals petrochemie, brandstofopslag en lasbedrijven, waar rookontwikkeling te lang op zich laat wachten voor effectieve respons.
De rode drukknoppen langs vluchtwegen, bij uitgangen en op strategische plekken. Iedere aanwezige kan hiermee handmatig alarm geven. Ook bij gebouwen met alleen niet-automatische bewaking zijn handbrandmelders verplicht aanwezig op vooraf bepaalde locaties volgens NEN 2535.
Sirenes, slow-whoop hoorns en flitslichten waarschuwen aanwezigen. Een gesproken ontruimingsalarm (Type A) wordt voorgeschreven voor grote of complexe gebouwen waar paniek anders een risico vormt. Geluidsniveau en dekking volgen NEN 2575.
De randapparatuur die het brandsignaal vanaf de BMC doorzet naar de RAC of PAC, doorgaans via een dual-path verbinding (IP en mobiel) voor maximale beschikbaarheid. Voorgeschreven voor gebouwen met doormeldplicht of bij verzekeringseis.
De BMI heeft een primaire 230 V-voeding en een onafhankelijke noodstroomvoorziening met accu's. Bij stroomuitval moet de installatie minimaal 24 tot 72 uur in stand blijven, afhankelijk van de bewakingsklasse. De accu's worden bij elke jaarbeurt gecontroleerd en gemiddeld eens in de vier tot vijf jaar vervangen.
Bij een alarm stuurt de BMC automatisch deurmagneten los, brengt liften terug naar de begane grond, opent rookluiken, schakelt de mechanische ventilatie om en sluit brandwerende schuifdeuren. Welke sturingen worden meegenomen, staat in het Programma van Eisen.
Een brandmeldinstallatie kopen is geen losse aankoop, maar een traject dat met de juiste voorbereiding strak en zonder verrassingen verloopt. We doorlopen zes vaste stappen waarin we u meenemen.
We bezoeken uw pand, beoordelen plattegronden, gebruiksfunctie en risico-aspecten. We bespreken bestaande installaties, vergunningseisen, eisen van de brandweer en de polisvoorwaarden van uw verzekeraar. Het resultaat, een helder overzicht van wat verplicht is en wat optioneel.
Op basis van de intake stellen we het PvE op, ook wel Uitgangspuntendocument (UPD) genoemd. Daarin staat het bewakingsniveau, het aantal en type melders, de doormelding, het ontruimingsalarm en de aansturingen. Het PvE is het juridische vertrekpunt voor het ontwerp en wordt waar nodig afgestemd met gemeente en brandweer.
Onze projecteringsdeskundige werkt het PvE uit naar tekenwerk, een blokschema, een bekabelingsplan en een projecteringsverslag. We berekenen geluidsdrukniveau (NEN 2575), bewakingsdekking (NEN 2535) en accucapaciteit. U ontvangt het ontwerp ter beoordeling voor de installatie start.
Onze BMI-monteurs leggen het loop-systeem aan, monteren melders, signaalgevers, sturingen en de centrale. We koppelen de doormelder, programmeren de zones, voeren de eindwerkzaamheden uit en testen alle functies. Gedurende het werk bewaken we netheid en minimale overlast voor uw bedrijfsvoering.
De installatie wordt na realisatie onderworpen aan een Prestatie-Inspectie (PI). We controleren elke melder, de signalering, de doormelding en alle sturingen. U ontvangt het opleverdossier inclusief installatiecertificaat. Voor gebouwen met doormelding of strenge verzekeringseisen volgt nog een onafhankelijk inspectiecertificaat van een geaccrediteerde inspectie-instelling.
Na oplevering valt uw installatie onder ons onderhoudscontract conform NEN 2654-1. Maandelijkse PBI-controle, kwartaalonderhoud, jaarlijkse grote beurt en 24/7 storingsdienst. Zo houdt u uw inspectiecertificaat geldig en uw bedrijfsvoering veilig. Meer leest u op onderhoud brandmeldinstallatie.
Eerlijk antwoord vooraf, een vast prijskaartje voor een brandmeldinstallatie bestaat niet. De prijs wordt bepaald door het aantal en type melders, het bewakingsniveau, de doormelding, het ontruimingsalarm en de complexiteit van het pand. Hieronder een eerlijke indicatie zonder commerciele opsmuk.
Een eenvoudige B-inrichting met handbrandmelders, beperkte automatische detectie in vluchtwegen en een basiscentrale begint vaak in de orde van enkele duizenden euro. Voor een MKB-pand tot circa 500 m² is dit doorgaans voldoende, mits aan de drempels van het Bbl wordt voldaan.
Een gemiddeld pand tussen 1.000 en 3.000 m² met gedeeltelijke of volledige bewaking, ontruimingsalarm en koppeling met liften en deuren komt al snel uit op een investering in de orde van tienduizend tot enkele tienduizenden euro. Inclusief PI-keuring en opleverdossier.
Een volledige A-inrichting met automatische detectie in alle ruimten, doormelding naar de RAC, gesproken ontruiming Type A en uitgebreide aansturingen vraagt al snel een investering in de orde van enkele tientallen tot ruim honderdduizend euro. Voor grote ziekenhuizen en complexe panden ligt dit nog hoger.
Reken naast de installatiekosten ook op een doormeldabonnement bij de RAC of PAC (orde enkele honderden euro per jaar), de kosten voor het Programma van Eisen en het projecteringsverslag, eventueel een onafhankelijk inspectiecertificaat (gemiddeld €1.500-€5.000 per inspectie) en de jaarlijkse onderhoudsverplichtingen.
Tien factoren waar u op moet letten in een offerte voor een brandmeldinstallatie. Een lage offerte kan een onvolledige scope verbergen, een hoge offerte kan onnodige extra's bevatten. Vraag altijd om transparante toelichting per onderdeel.
Laat ons uw pand beoordelen en u krijgt een onderbouwde indicatie zonder verplichting. We bespreken open de kostenposten, het bewakingsniveau en het traject.
Een brandmeldinstallatie is alleen zo betrouwbaar als haar onderhoud. NEN 2654-1 schrijft een vast ritme voor van controles en onderhoud, zonder welke uw inspectiecertificaat vervalt en uw verzekering vragen kan stellen bij schade.
De Persoon Beheerder Installatie (PBI) of Opgeleide Persoon (OP) loopt elke maand de centrale na, controleert op storingen, test minimaal één automatische melder en één handbrandmelder en legt de bevindingen vast in het logboek. Zonder deze controle vervalt de geldigheid van het inspectiecertificaat.
Vier keer per jaar inspecteert een gecertificeerd onderhoudsbedrijf de centrale, voeding, doormelding, sturingen en een steekproef van de melders. Storingen worden direct opgelost. De bevindingen worden vastgelegd in het logboek en gerapporteerd aan de PBI.
Eens per jaar worden alle melders gereinigd of getest, handbrandmelders bediend, accu's gecontroleerd, doormelding doorgemeten en alle sturingen volledig doorlopen. Deze jaarbeurt is een voorwaarde voor het behoud van het inspectiecertificaat. Een bewijs van uitgevoerd onderhoud krijgt u op papier en in het digitale logboek.
Het CCV-inspectiecertificaat is één tot drie jaar geldig. Voor verloop volgt een herinspectie door een onafhankelijke geaccrediteerde inspectie-instelling. Tekortkomingen worden binnen een termijn hersteld voordat het certificaat opnieuw wordt afgegeven. Plan herinspectie ruim van tevoren in.
Het logboek, digitaal of op papier, is uw bewijsmateriaal richting brandweer, gemeente en verzekeraar. Alle controles, alarmen, storingen, tests en wijzigingen worden vastgelegd met datum, naam en handtekening. Bij een controle of na een schade is het logboek het eerste wat wordt opgevraagd.
Uw onderhoudsbedrijf moet zelf CCV-gecertificeerd zijn voor BMI-onderhoud. Bij oplevering ontvangt u een installatiecertificaat van de installateur. Bij doorlopend onderhoud een onderhoudscertificaat van het onderhoudsbedrijf. Beide tonen aan dat de installatie aantoonbaar voldoet aan NEN 2535 en NEN 2654-1.
Reken voor onderhoud op een jaarlijkse vaste kostenpost in de orde van enkele honderden euro voor een kleine BMI tot enkele duizenden euro per jaar voor een grote A-inrichting met doormelding en uitgebreide sturingen. Een onderhoudscontract dekt doorgaans de PBI-ondersteuning, kwartaalonderhoud, jaarbeurt, logboekbeheer en 24/7 storingsdienst. Bekijk onze pagina onderhoud brandmeldinstallatie en beheer brandmeldinstallatie voor de volledige aanpak.
Niet elke gebruiksfunctie vraagt om dezelfde aanpak. We hebben gespecialiseerde pagina's voor de meest voorkomende sectoren waarin we de specifieke verplichtingen, valkuilen en aandachtspunten uitwerken.
Volledige bewaking, doormelding naar de RAC en strenge eisen rondom verminderde zelfredzaamheid. Lees meer op brandmeldinstallatie zorginstelling.
Combinatie van leerlingenveiligheid, BHV-organisatie en eisen rondom ontruimingstijden. Bekijk de aanpak op brandmeldinstallatie school.
Doormelding bij 24-uurszorg, gesproken ontruiming en koppeling met sleutelbeheer. Meer op brandmeldinstallatie hotel.
Strenge eisen voor opvang van kinderen onder 4 jaar, met snelle alarmering en duidelijke ontruimingsroutes. Lees verder op brandmeldinstallatie kinderopvang.
Algemene aanpak voor MKB, kantoren, vastgoed en VvE. Volledig overzicht op brandmeldinstallaties.
Onafhankelijke beoordeling van uw bestaande situatie en advies richting Bbl, NEN 2535 en verzekering. Bekijk advies brandveiligheid.
De vragen die we het vaakst horen van eigenaren, facility managers en bestuurders die met de aanschaf van een brandmeldinstallatie aan de slag gaan.
Een brandmeldinstallatie is verplicht zodra een gebouw boven de drempelwaarden komt die het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) per gebruiksfunctie voorschrijft. De drempel hangt af van vloeroppervlak, bouwhoogte en de aard van het gebruik. Daarnaast geldt een verplichting bij doodlopende vluchtroutes. Zorg-, cel-, logies-, onderwijs-, bijeenkomst- en industriefuncties vallen het vaakst onder de plicht. Verzekeraars kunnen aanvullend een BMI eisen, ook als het Bbl die niet voorschrijft. Lees meer op onze pagina over brandmeldinstallatie eisen volgens het Bbl.
De prijs van een brandmeldinstallatie wordt bepaald door het bewakingsniveau, het aantal melders, de keuze tussen volledige of gedeeltelijke bewaking, de doormelding en het ontruimingsalarm. Een eenvoudige BMI voor een kleiner kantoor of bedrijfspand begint vaak in de orde van enkele duizenden euro. Een volledige A-inrichting voor een zorginstelling, hotel of school met doormelding en gesproken ontruiming loopt op tot tientallen duizenden euro. Reken bovendien op jaarlijkse onderhouds- en inspectiekosten. Een nauwkeurige offerte voor uw pand maken we graag op aanvraag.
Een A-inrichting is voorzien van automatische rookdetectie en doormelding naar de brandweer en wordt voorgeschreven voor gebouwen met verminderde zelfredzaamheid. Een B-inrichting bestaat uit handbrandmelders en eventueel beperkte automatische detectie zonder doormelding. Welke variant voor uw pand geldt, wordt vastgelegd in het Programma van Eisen of Uitgangspuntendocument. In de praktijk komen B-inrichtingen vaak voor in kantoren en bedrijfspanden, A-inrichtingen in zorg, justitie en logies met 24-uurszorg.
Sinds 1 januari 2018 is de doormeldplicht naar de brandweer fors beperkt en deze inperking is ook in het Bbl overgenomen. Verplichte doormelding geldt nu alleen voor celfuncties, gezondheidszorg met bedgebonden patienten (24-uurszorg) en logiesfuncties met 24-uurszorg. Voor overige gebouwen geldt interne alarmering met opvolging door de BHV-organisatie. Verzekeraars kunnen wel doormelding via een particuliere alarmcentrale verplicht stellen.
De doorlooptijd hangt af van de omvang van het pand, de complexiteit van het Programma van Eisen en de afstemming met gemeente, brandweer en verzekeraar. Reken voor een eenvoudig kantoorpand op vier tot acht weken vanaf opdracht tot oplevering. Voor een grote zorginstelling, school of hotel met volledige bewaking en doormelding loopt dat op tot drie tot zes maanden, inclusief PvE-procedure, ontwerp, aanleg, programmering, PI-keuring en eventueel een CCV-inspectiecertificaat.
Een brandmeldinstallatie wordt na oplevering door de installateur zelf geprojecteerd en in bedrijf gesteld via een PI-keuring (Prestatie-Inspectie). Voor gebouwen met doormelding of bij eis van de verzekeraar volgt een onafhankelijke inspectie door een geaccrediteerde inspectie-instelling volgens het CCV-schema Inspectie Brandbeveiliging, met afgifte van een inspectiecertificaat. Het certificaat is een tot drie jaar geldig en moet periodiek worden vernieuwd.
Een PBI is de Persoon Beheerder Installatie of Opgeleide Persoon (OP) zoals omschreven in NEN 2654-1. Dit is de aangewezen beheerder van het gebouw die verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer, de maandelijkse controle, het bijhouden van het logboek en het tijdelijk buiten bedrijf stellen van zones bij werkzaamheden. De rol vraagt om een erkende opleiding van een tot twee dagen, met periodieke herhaling. In de praktijk is de PBI de facility manager, technisch beheerder of een aangewezen medewerker van de gebruiker.
NEN 2654-1 schrijft een vast onderhoudsritme voor. Maandelijks voert de PBI een controle uit van de centrale, test minimaal een automatische melder en een handbrandmelder en legt dit vast in het logboek. Elk kwartaal volgt onderhoud door een gecertificeerd onderhoudsbedrijf. Eens per jaar wordt een grote beurt uitgevoerd met reiniging of vervanging van melders, controle van accu's, doormelding en alle sturingen. Voor het ontruimingsalarm geldt parallel NEN 2654-2.
Een installatie wordt opgeleverd met een installatiecertificaat (BMI-certificaat) van de erkende installateur. Voor onderhoud is een onderhoudscertificaat van het onderhoudsbedrijf vereist. Voor gebouwen met doormelding of strenge verzekeringseisen is daarnaast een onafhankelijk inspectiecertificaat verplicht volgens het CCV-schema. De installateur en het onderhoudsbedrijf zijn beide CCV-gecertificeerd voor BMI en, indien van toepassing, voor de aansluiting op de Regionale Alarm Centrale.
De brandmeldinstallatie (BMI) detecteert de brand en genereert het brandalarm. De ontruimingsalarminstallatie (OAI) waarschuwt de aanwezigen via slow-whoop of een gesproken woord installatie. In kleinere gebouwen zijn beide functies in een centrale ondergebracht, bij grotere of complexe panden zijn het twee aparte installaties. Voor de BMI geldt NEN 2535 (ontwerp) en NEN 2654-1 (onderhoud). Voor de OAI geldt NEN 2575 (ontwerp) en NEN 2654-2 (onderhoud).
We komen kosteloos langs voor een intake op locatie, beoordelen uw pand op het Bbl en uw verzekeringseisen en leveren een onderbouwd Programma van Eisen, een ontwerp en een transparante offerte. U weet vooraf wat u koopt en wat de jaarlijkse verplichtingen zijn.